26 sep Als het regent in …
Als het regent in Parijs, druppelt het in Brussel. Een gezegde dat aanduidt dat ontwikkelingen in een land met vertraging doorsijpelt in eigen land. Daarom lijkt het ons eens interessant om het rapport “Stand van de agrarische sector” van ABN AMRO eens van nader te bekijken waarbij wij ons beperken tot de liquiditeitsontwikkeling.
De liquiditeit, het verschil tussen inkomsten en uitgaven is een belangrijke graadmeter voor de financiële ontwikkeling van het agrarische bedrijf. Daarnaast is het een indicatie om te bepalen of een agrarisch ondernemer op korte termijn aan zijn financiële verplichtingen kan voldoen. Liquiditeit is nadrukkelijk iets anders dan het inkomen van de boer of tuinder.
Gezien de gunstige ontwikkelingen van opbrengsten en stabiliserende kosten voorziet ABN AMRO voor de rest van 2025 en begin 2026 een positieve liquiditeitsontwikkeling voor de dierlijke sectoren. Met name de goede vraag en een krimpende veestapel in Nederland zijn hierin bepalend. De pluimveehouders steken er bovenuit, zij verstevigen hun liquiditeitspositie het meest.
De plantaardige sectoren hebben te maken met wisselvallige prijzen. De sierteelt verbetert en de voedingstuinbouw behoudt de huidige liquiditeitspositie. De akkerbouw, met name bedrijven die afhankelijk zijn van de vrije markt, heeft een lastig jaar als gevolg van afzetproblemen voor aardappelen. ABN AMRO gaat uit van een verslechtering van de liquiditeitspositie van akkerbouwbedrijven.
In de agrarische sector ontwikkelen de opbrengsten zich in de eerste helft van 2025 gunstig, met uitzondering van de akkerbouw waar prijzen van frietaardappelen na een goede start onderuit gingen als gevolg van overaanbod en stagnerende afzet. In de voedingstuinbouw daarentegen schommelen prijzen tussen de verschillende producten sterk, maar door een hogere productie per hectare zijn de opbrengsten gemiddeld genomen goed. Ook de sierteelt groeit door, voornamelijk gedreven door prijsstijgingen; toename in aanbod wordt pas later dit jaar verwacht.
In veel dierlijke sectoren zijn de opbrengsten zeer hoog als gevolg van krapte in de markt. Dit geldt in het bijzonder voor de pluimveehouderij, in zowel de leg- als vleessector. Ook de kalverhouderij en de melkveehouderij profiteren van hogere prijzen door krapte in het aanbod. De opbrengsten voor vleesvarkensbedrijven staan door internationale concurrentie wel wat onder druk. Daarnaast is de verwachting dat Chinese importheffingen en de openstelling van de Europese markt voor Amerikaans varkensvlees verstorend kunnen werken.
Na jaren van torenhoge inflatie blijven de kosten onverminderd hoog. Toch ervaren ondernemers enige verlichting doordat een aantal belangrijke posten stabiliseert of licht daalt, Gemiddeld gezien zijn voerkosten licht gedaald ten opzichte van 2024, door een dalende trend in de grondstofprijzen, zoals die van tarwe en soja. De depositorente van de Europese Centrale Bank (ECB) is met 2 procent (juni 2025) lager dan vorig jaar, hetgeen doorgaans leidt tot lagere financieringslasten voor nieuwe kortlopende leningen en leningen met variabele tarieven.
De prijzen voor kunstmest zijn in 2025 juist verder opgelopen, onder meer doordat het Europees Parlement in januari importheffingen op kunstmest uit Rusland en Wit-Rusland aankondigde.
Het integrale rapport is te lezen in Actua op VACcent.
Bron (ABN AMRO)