06 jul Guus kom naar huus
In 1975, een jaar voor de lange hete zomer, stond het liedje van Alexander Curly 10 weken op nummer 1. Het refrein luidde als volgt: Guus kom naar huus want de koeien staan op spring’n, De varkes mutt’n vret’n en ‘t hooi moet van ’t land.
Dit refrein omschrijft dat de zorg voor dier en plant nooit eindigt.
Ondanks de hitte “moeten” de agrarische ondernemers actief blijven dit in tegenstelling tot bepaalde instanties wiens werkzaamheden werden opgeschort.
De landbouwsector en dus ook de agrarische ondernemer wordt door bepaalde groepen onterecht naar een verdomhoekje verwezen voor ieder opduikend maatschappelijk probleem. Nochtans is de landbouw voorbereid om de uitdagingen die de hitte met zich mee brengt aan te gaan.
Sinds meerdere jaren lopen er onderzoeksprojecten (o.a. bij ILVO) om de gevolgen van hittestress bij landbouwdieren te onderzoeken en praktijkgerichte maatregelen voor te stellen ten dienste van de veehouder.
De praktijkgerichte maatregelen zijn niet zo eenvoudig als het plaatsen van mobiele airco’s of het sluiten van de inrichtingen.
De verschillende diersoorten, diercategorieën, fysiologische status, geslacht, lichaamsgewicht en genetica maken dat er geen ‘one size fits all conditions’ maatregelen bestaan. En toch kunnen en worden door de veehouders efficiënte maatregelen genomen.
Doorheen de ganse voedselketen, ook de puffende consument eet drie maal daags, hebben we geen geklaag gehoord. Iedere actor in de keten kent zijn rol en neemt zijn verantwoordelijkheid om op een veilige manier tijdig de kwaliteitsproducten bij de consument te krijgen. Ook voor deze mensen, de producent, de transporteur, de verwerker en handelaar was het extreem warm. Maar allen werkten voort.
De ganse voedingsketen mag als voorbeeld dienen hoe samen de uitdagingen die een hittegolf met zich meebrengt kunnen aangegaan worden.